Geschiedenis van het kasteel

Vroege oorsprong

Al in de 12de eeuw zijn er verwijzingen naar de Heren van Beersel en een eerste militaire versterking. Traditioneel wordt Godfried van Hellebeke, die eind 13de eeuw Heer van Beersel is, gezien als bouwheer van de burcht. Het kasteel werd strategisch opgetrokken op een ‘motte’, een natuurlijke of aangelegde heuvel omringd door een gracht en aarden wal.

Samen met onder meer het Kasteel van Gaasbeek vormde Beersel een verdedigingsgordel rond Brussel. Deze voorposten dienden om de stad te beschermen tegen vijandige invallen vanuit de graafschappen Vlaanderen en Henegouwen. Beersel was in die periode dus geen luxueus buitenverblijf, maar een pure militaire vesting waar hoofdzakelijk soldaten verbleven. In 1356-1357 werd de burcht zwaar verwoest door de troepen van Lodewijk van Male. Hierna werd de basis gelegd voor de huidige waterburcht.

Oorlog, verwoesting en heropbouw

Via een huwelijk kwam het kasteel in het derde kwart van de 14de eeuw in het bezit van de invloedrijke familie de Witthem. Deze familie was steevast Brabants, en later Bourgondisch, gezind, wat zware gevolgen had tijdens het conflict tussen aartshertog Maximiliaan van Oostenrijk en enkele Vlaamse en Brabantse steden op het einde van de 15de eeuw. De toenmalige kasteelheer, Hendrik III van Witthem, steunde Maximiliaan. Dit was tegen de zin van enkele opstandige Brusselaars, die met steun van de Fransen het kasteel belegerden en innamen. Als overmaat van ramp viel het gebouw ook nog eens ten prooi aan een verwoestende brand. Tussen 1491 en 1506 werd het kasteel heropgebouwd.

Van kazerne tot adellijke residentie

Vanaf de 16de eeuw verandert de functie van het Kasteel van Beersel. De burcht verliest stilaan haar puur defensieve functie en wordt meer bewoond. In 1591 overlijdt de kleinzoon van Filips van Witthem, zelf zoon van Hendrik III. Omdat hij geen zonen nalaat, verdwijnt met hem de laatste mannelijke erfgenaam van de familie. Via vrouwelijke lijn komt de burcht in handen van andere bekende families, waaronder de familie van Arenberg en de familie de Merode.

Katoenfabriek en romantische ruïne

Vanaf 1796 raakt de burcht een tijdlang onbewoond. In het begin van de 19de eeuw krijgt het kasteel een verrassende herbestemming, het wordt dan omgevormd tot een katoenfabriek. Het verwijderen van één of meer daken leidt tot zware schade aan de burcht. Het Kasteel van Beersel vervalt tot een ruïne. Toch heeft de leegstand ook een betoverende kant. Tijdens de volle Romantiek vormt de melancholische ruïne een enorme aantrekkingskracht voor kunstenaars en schrijvers. Zelfs de beroemde Franse auteur Victor Hugo bracht een bezoek aan Beersel en pende zijn ervaring neer.

Restauraties

Na jaren van verval keert het tij in 1927. De toenmalige eigenaars schenken het kasteel aan de Vrienden van het Kasteel van Beersel. Er volgt een restauratie in de periode 1928-1939 onder leiding van Raymond Pelgrims de Bigard en Charles Mertens. In 1948 wordt de eigendom overgedragen aan de Koninklijke Vereniging der Historische Woonsteden en Tuinen van België.

Voor het grote publiek is de waterburcht echter voor altijd onlosmakelijk verbonden met Suske en Wiske. Tekenaar Willy Vandersteen kwam hier vaak over de vloer en vereeuwigde de site in het stripalbum De schat van Beersel. In 2001 nam de gemeente Beersel de burcht in erfpacht, waarna er nog verschillende restauraties volgden. Vandaag is het de beurt aan Herita om deze parel van middeleeuwse architectuur een nieuwe, duurzame toekomst te geven.

Meer informatie: Geschiedenis | Herita

Naar top